|
Aan de hand van enkele voorbeelden zal ik proberen je de syntaxis van JavaScript te leren. Syntaxis is een geleerd woord voor "opbouw", net zoals je in een taal een (grammaticale) opbouw hebt, bestaat dit ook in een programmeertaal.
Inleiding
Vooraleer je begint met JavaScript word je verondersteld
HTML te kunnen
gebruiken. Is dit niet het geval kun je ook op deze site enkele
artikels over html
lezen.
Het is niet mijn bedoeling om hier een volledige JavaScriptcursus aan te
bieden (althans nu nog niet), maar wel om je ermee wat vertrouwd te maken zodat
je je niet enkel hoeft te beperken tot "knip- en plakwerk", maar ook wat inzicht
verwerft in de scripts die je gebruikt.
Eerst moet je weten hoe je JavaScript in een webpagina toevoegt. Daarvoor moet
je eerst de broncode (HTML-code) oproepen. In je browser klik
je in de menubalk op Beeld en vervolgens Bron.
Je teksteditor wordt geopend (in Windows is dat het programma Kladblok).
JavaScript wordt eenvoudigweg tussen de HTML-codes gezet.
Voorbeeld:
<html>
<head><title>voorbeeldje</title>
<script type="text/javascript">
// hier kan JavaScriptcode staan </script>
</head>
<body>
<script type="text/javascript">
// ook hier kan JavaScriptcode staan </script>
</body>
</html>
Als je de tag <script> ziet, bevat de onderstaande code meestal
JavaScript. Maar er zijn nog andere scripttalen zoals
PHP, VisualBasic en
PerlScript. Daarom staat er nog type="text/javascript" achter.
Meteen zie je in ons voorbeeld ook hoe je commentaar moet
gebruiken. Wanneer je iets moeilijks programmeert en je wilt wat commentaar
toevoegen zodat je later nog weet waarvoor die code juist diende, gebruik je
// met daarachter je commentaar.
Zo wordt je commentaar niet
vermengd met de geprogrammeerde code.
Ga naar het volgende deel van de Javascript basiscursus : Javascript in HTML
|