Om bezoekers iets te kunnen laten invullen, hebben we invoerelementen nodig.
Er bestaan zeven formulierelementen:
tekstveld;
wachtwoordveld;
tekstgebied;
aankruisvakje;
keuzerondje;
keuzelijst;
reset-knop;
verzendknop.
Al deze formulierelementen moet je tussen de tags <form> en
</form> plaatsen. In de onderstaande voorbeelden en opdrachtregels
zijn voor de duidelijkheid deze tags weggelaten.
Tekstveld
Om de bezoeker van je webpagina bijvoorbeeld een naam, adres of woonplaats te laten
opgeven wordt het tekstveld gebruikt.
Het belangrijkste kenmerk van een
tekstveld is dat er maar één regel aan informatie kan worden ingetypt. Het vaste
gedeelte van de opdrachtregel is :
<input type="text" name="">
Tussen de aanhalingstekens komt een zelfgekozen naam te staan die naar het script
wordt gestuurd. Zo weet je welke data je naar waar in het script moet sturen.
Aan deze vaste regel kunnen nog drie attributen worden toegevoegd.
Met value="", kun je het tekstvak al (gedeeltelijk) invullen. Met
size="x" kan de lengte van het tekstvak worden bepaald, door voor de 'x'
een waarde in te vullen, terwijl met het attribuut maxlength="x"
het maximaal aantal tekens wordt gedefinieerd dat kan ingetypt worden. In ons voorbeeld :
Om de bezoeker een wachtwoord te laten invullen wordt het wachtwoordveld
gebruikt. De ingetypte karakters worden gemaskeerd met sterretjes of bolletjes.
Het vaste gedeelte van de opdrachtregel is:
<input type="password" name="">
Tekstgebied
Soms kan het handig zijn de gebruiker een reactiemogelijkheid te geven. Als
je vindt dat één regel daarvoor niet genoeg is, kun je een tekstgebied ('text
area') maken met de tags:
<textarea> en </textarea>
De begin-tag kent drie attributen: name="",
cols="x"
en rows="x". Het attribuut name is verplicht en hebben
we eerder al besproken. Met cols="x" kun je aangeven hoeveel
kolommen het tekstvak krijgt, terwijl met rows="x" het aantal rijen
wordt bepaald.
Aankruisvakjes
Een aankruisvakje wordt in het Engels 'checkbox' genoemd en geeft de invuller
van het formulier de mogelijkheid dit vakje te selecteren of leeg te laten.
Het
verplichte deel van de opdrachtregel voor het aankruisvakje is:
Tussen de aanhalingstekens komt de naam te staan die aan het script wordt
doorgegeven. Je kunt verder nog twee attributen toekennen aan deze regel.
Met value= "", ken je een waarde toe aan de variabele die bij het
attribuut name staat ingevuld. Naar het script wordt dan
bijvoorbeeld gestuurd kleur=rood. Het attribuut checked zorgt
ervoor dat het aankruisvakje standaard al is geselecteerd. Een voorbeeld van een
regel met beide attributen:
Keuzerondjes ('radio buttons') zijn iets ingewikkelder toe te passen dan
aankruisvakjes. Het principe van een keuzerondje is dat je er maar één kunt
selecteren in een reeks.
Met het verplichte attribuut name="", kun
je een aantal keuzerondjes in een groep definiëren. Stel, je wilt iemands
leeftijdscategorie weten. De opdrachtregels komen er dan zo uit te zien:
<input type="radio" name="leeftijd" value="0-24" checked="checked">0-24 jaar
<input type="radio" name="leeftijd" value="25-50" >25-50 jaar
<input type="radio" name="leeftijd" value="51-100" >51-100 jaar
Ook bij de keuzerondjes kunnen de attributen value="" en
checked worden gebruikt, die hierbij dezelfde functie hebben als bij de
aankruisvakjes.
Ons voorbeeld ziet er dan als volgt uit
Keuzelijsten
Keuzelijsten hebben bijna dezelfde functie als keuzerondjes. In één lijst is
namelijk maar één selectie mogelijk, tenzij je anders opgeeft.
Keuzelijsten zijn
in tegenstelling tot keuzerondjes goed te gebruiken bij langere lijsten. Je
start een keuzelijst ('select list') met de tags
<select> en
</select>.
De tag <select> kent drie attributen: size="x",
multiple en name="".
Met het attribuut size="x" kun je aangeven hoeveel
keuzemogelijkheden er tegelijkertijd worden getoond. Laat je dit attribuut weg
of stel je dit in op 1, dan wordt er een pop-up menu getoond.
Kies je als waarde
2 of hoger dan worden er meerdere opties zichtbaar. Als de geselecteerde waarde
hoger is dan het opgegeven aantal opties krijg je een extra leeg veld.
Het attribuut multiple zorgt ervoor dat er meerdere keuzes
tegelijk kunnen worden geselecteerd.
Een keuzemogelijkheid voer je in met de tag <option>, waarbij de tekst die na de tag wordt geplaatst zichtbaar
is in de lijst. Wil je een optie voorgeselecteerd hebben dan kun je dit aangeven
met het attribuut selected in de tag <option>.
Aan de tag <option> kunnen 2 attributen toegekend worden:
value en selected.
Met het attribuut value kan een waarde worden ingevuld die naar
het script wordt gestuurd.
Het attribuut selected duidt aan welke optie standaard al is
geselecteerd.
Een voorbeeld van een keuzelijst waarbij nummer 3 is voorgeselecteerd:
Het zou niet de eerste keer zijn dat iemand een fout maakt bij het invullen
van een formulier. Het is daarom handig een reset-knop onderaan de pagina te
zetten. Je kunt dit doen met de regel:
<input type="reset" value="Wissen">
Om de tekst op de knop te veranderen kun je het attribuut value=""
gebruiken. Tussen de aanhalingstekens zet je dan bijvoorbeeld "Wis dit
formulier", waarmee alle ingevulde vakken worden gewist en alle
voorgeselecteerde waarden worden hersteld.
Aan heel het formulier heb je niets als er geen verzendknop op de pagina
staat, waarmee de gegevens naar het script of e-mailadres kunnen worden
verzonden. De standaardregel voor de verzendknop is
<input type="submit">
Wil je de tekst op de knop veranderen dan gebruik je ook hier het attribuut
value="". De complete regel komt er dan bijvoorbeeld zo uit te
zien:
<input type="submit" value="Gegevens versturen">
Het formulier kan dan verzonden worden en dat is meteen ook de laatste stap
in het formulierverhaal.
Het volgende deel van de cursus is Lijsten in HTML
Het leert je hoe je gegevens overzichtelijk in lijsten weergeven.