|
ASP staat voor Active Server Page. De taal van Microsoft voor het ontwikkelen van dynamische pagina's. Het plaatsen van een database achter de pagina is het meest belangrijke onderdeel. Verder het beveiligen van pagina's.
|
|
Lees meer...
|
|
Het opvragen van informatie van een andere pagina in asp kan met behulp van het request object. Het gaat dan om informatie uit een formulier ingevuld door bijvoorbeeld de bezoeker van de site. Allereerst is er dan een pagina met een formulier aanwezig. |
|
Lees meer...
|
|
Bij het opzetten van een pagina met behulp van ASP kom je variabelen tegen. De variabelen hoeven niet tevoren te worden gedefinieerd. Maar bij grote stukken programmeren kan het goed zijn dit wel te doen. |
|
Lees meer...
|
|
Zoals al eerder gezien kun je met response.write tekst op het scherm schrijven. Als je data uit een database op het scherm wilt zien te krijgen kun je van een andere mogelijkheid van het response object gebruik maken. Je kunt dan <%=variabele%> gebruiken. Het effect is hetzelfde als bij response.write. |
|
Lees meer...
|
|
Het is van belang te weten hoe je een script een beslissing kunt laten nemen. Binnen ASP zijn er meerdere mogelijkheden om een beslissing te nemen binnen de code. De meest belangrijke structuren zullen hier de revue passeren. |
|
Lees meer...
|
|
ADO staat voor ActiveX Data Objects. Met behulp van ADO is het mogelijk om met ASP een database te benaderen. Verder kunnen er een aantal veranderingen in de database worden aangebracht. |
|
Lees meer...
|
|
Om een recordset te openen moet je gebruik maken van een cursor. Je hebt in totaal 4 cursortypen beschikbaar binnen ASP. Elk cursortype op zich ondersteunt weer bepaalde methoden en heeft bepaalde eigenschappen om met een recordset over weg te kunnen.
|
|
Lees meer...
|
|
Het mooie van asp is het kunnen werken met een database. Alle gegevens op de site kunnen in een database worden gestopt en vervolgens met asp worden bewerkt, weergegeven etc. Voordat je de gegevens uit een database kunt halen, moet er eerst een verbinding met de database worden gelegd
|
|
Lees meer...
|
|
Als de verbinding gelegd is met de database, dient vervolgens een manier te worden gevonden om de gegevens uit de database op te vragen. ADO heeft daarvoor het object Recordset. |
|
Lees meer...
|
|
In voorgaande lessen heb je gezien hoe je een verbinding maakt met een database en hoe je een recordset aanmaakt. Wat je nog niet weet is hoe je een record nu op de pagina laat zien. Daar ga ik nu verder op in. |
|
Lees meer...
|
|
Om een record toe te voegen aan de database kunnen meerdere manieren gebruikt worden. In deze tutorial maak ik gebruik van ADO. Het voorbeeld wordt zo simpel mogelijk gemaakt. |
|
Lees meer...
|
|
De session-variabelen zijn een manier om de bezoekers van je site in de gaten te houden. Een session-variabele maakt gebruik van een cookie, daarom is het wel van belang dat de bezoeker een browser heeft met ondersteuning van cookies, anders valt er niets mee te beginnen. |
|
Lees meer...
|
|
Naast de Session-variabelen heb je Application-variabelen. Het grote verschil is dat de session aan een bezoeker wordt gelinkt en dat de application voor de gehele pagina geldt. |
|
Lees meer...
|