|
ADO staat voor ActiveX Data Objects. Met behulp van ADO is het mogelijk om met ASP een database te benaderen. Verder kunnen er een aantal veranderingen in de database worden aangebracht.
<%
Set Conn = Server.CreateObject (“ADODB.Connection”)
ConnStr = “Provider=Microsoft.Jet.OLEDB.4.0;Data Source =database.mdb”
Conn.Open ConnStr
%>
De opdracht Set Conn houdt in dat er een connection object
aangemaakt wordt.
Vervolgens moet de verbinding met de database geopend worden. Dit gebeurt in Conn.Open en vervolgens moet je opgeven waar de database zich bevindt.
Als je gebruik maakt van een systeem DSN is het als volgt:
<%
Set Conn = Server.CreateObject(“ADODB.Connection”)
ConnStr = “Data”
Conn.Open ConnStr
%>
Als je een verbinding hebt gelegd en uitgevoerd wat je wilt, dan moet je als
laatste de verbinding sluiten. Doe je dit niet, dan belast je de database
onnodig en loopt de server eerder vast.
Het afsluiten is net zo simpel als het
openen. Heb je het afgesloten, dan geef je daarna het Connection object vrij.
<%
Conn.Close
Set Conn = Nothing
%>
Het echte werk komt pas aan de orde als er een verbinding is gelegd. Om met
gegevens aan de slag te kunnen moet je een recordset object gaan aanmaken. Dit
object geeft de enige manier om gegevens uit te wisselen tussen de database en
de webpagina.
Het object bevat echter vele methoden en eigenschappen. Daarom is
het moeilijk om te begrijpen wat het allemaal inhoudt. Een inleiding is daarom
zeker op zijn plaats.
Set Recordset = Server.CreateObject(“ADODB.Recordset”)
Op dit moment heb je een recordset object aangemaakt. Dit gaat op dezelfde
manier als het aanmaken van een connection object. Ook nu kun je hier verder
weinig mee. Je moet nu verder gaan met het openen van het object.
Recordset.Open Source, ActiveConnection, CursorType, LockType, Options
- Voor recordset komt de naam te staan van de recordset.
- Voor source maak je een
Sql statement. Daardoor selecteer je de gewilde gegevens uit de database.
- activeConnection is de naam van de openstaande verbinding met de database. In
het voorbeeld zal dit dan Conn zijn.
- Cursortype geeft aan het type cursor welke de provider moet gebruiken om de
gegevens op te halen. De cursortypen bevatten verschillende functies om met
records om te gaan in een open recordset.
- Locktype bepaalt het soort
vergrendeling die de provider op de records moet zetten op het moment dat er een
record bewerkt wordt. Slechts een persoon kan een update uitvoeren op een
moment.
Daarom moet een database een record vergrendelen voor het moment dat er
een record wordt bewerkt. Daarvoor is het goed stil te staan bij de
verschillende soorten cursortypen en locktypen als je een site gaat maken voor
potentieel veel bezoekers en waar regelmatig iets bijgewerkt moet worden.
Voor
alle duidelijkheid: bij locktype gaat het er dus om dat een persoon tegelijk een
update kan uitvoeren.
<%
Set Conn = Server.CreateObejct (“ADODB.Connection”)
ConnStr = “Provider=Microsoft.Jet.OLEDB.4.0;Data Source =database.mdb”
Conn.Open ConnStr
Sql = “Select * From tblPersoon;”
Set Rs = Server.CreateObject(“ADODB.Recordset”)
Rs.Open Sql, Conn, adOpenForwardly, adLockReadOnly
%>
Hier roep ik in herinnering wat ik eerder al heb behandeld.
Recordset.Open Source, ActiveConnection, CursorType, LockType, Options
Dit schema is terug terug te zien in het voorbeeld op de laatste regel. Alleen
is in het voorbeeld aangegeven hoe het gebruikt moet worden. De naam van de
recordset is Rs. De naam van de source is Sql.
De cursortype is adOpenForwardly
en de naam van de LockType is adLockReadOnly. Het gebruik van cursortypen en
locktypen behoeft zeker een nadere uitleg.
Ga dan verder met
Cursortype!
|